“Op 17 augustus 1795 deelden Tula en zijn makkers aan de slavenhouder van plantage Kenepa mee dat zij niet meer als slaaf voor hem zouden werken. Dit was de eerste stap in de richting van de vrijheid van onderdrukking van het Curaçaose volk. Deze keuze is onomkeerbaar.”
Dit hield minister Carlos Monk van Bestuurlijke Planning en Dienstverlening zijn gehoor op 30 april 2012 voor in de patio van het Nationaal Archief. De bestuurder onthulde daar een gedenksteen ter ere van Tula en 28 andere slaven. Hun opstand bijna 217 jaar geleden kostte hen hun hoofd.
Historisch
Monk vindt Tula’s leiderschap ‘bezielend en historisch’. De minister merkt op dat deze man op een beschaafde manier ‘niets anders dan onze vrijheid’ eiste bij de koloniale onderdrukker. Deze reageerde echter met harde hand ‘om via angst en paniek te bereiken dat geen slaaf het in zijn of haar hoofd zou halen om ooit in opstand te komen’.
Monk nodigt iedereen uit om het Nationaal Archief te bezoeken om zich te informeren over de offers die zijn gebracht om 'een realistisch fundament te leggen voor de Curaçaose samenleving'. De minister benadrukt dat ‘wij er nog niet zijn’: “Nog moeten wij strijden tegen krachten die ons in slavernij willen houden van het consumisme. Wij moeten ook díe ketens afwerpen om een werkelijk beschaafde samenleving te ontwikkelen en te behouden”, aldus Monk.
Respectloos
“De keuze van 30 april om deze gedenksteen te onthullen getuigt van respectloosheid”, zegt de witte Curaçaoënaar Nelson in vloeiend Papiaments. De vijftigplusser is één van de velen die, op weg naar de viering van Koninginnedag in Punda, op de muziek van onder andere grupo Trinchera afkomt bij ‘Bolo di Batrei’ (huwelijkstaart), de koosnaam voor het gebouw van het Nationaal Archief.
“Als je Tula wilt eren kan dat toch op 17 augustus? Waarom op Koninginnedag? Gun een ieder toch z’n feestje en z’n datum.” Glimlachend maar hoofdschuddend loopt hij verder richting Punda, in korte broek met daarboven een fel oranje t-shirt.