Dit is de mobiele versie van Wereldomroep.nl. Klik hier voor de volledige versie
18 mei, 2012 - 13:11

Goud zonder bittere bijsmaak

Links: Santiago Ramírez Castro; rechts: Federico Gamarra Chilmaza (in Amsterdam)  data/files/teaser_bij_eerlijk_goud_2.jpg

In Nederland is onlangs het eerste goud gelanceerd met het label 'Fairtrade & Fairmined'. Het initiatief van de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie Solidaridad levert wereldwijd het eerste keurmerk op dat een eerlijke, veilige en milieuvriendelijke wijze van goudwinning garandeert. De Peruaanse goudmijn Cuatro de Enero mag het label als een van de eerste dragen.

Liefde. Trouw. Romantiek. Hoop. Vertrouwen in de toekomst. Dat is wat we associëren met het kopen van een gouden sieraad. Maar voor veel mensen betekent goud iets heel anders: gezondheidsklachten door kwikvergiftiging. Kinderen die goud moeten zoeken in plaats van naar school te gaan. Zwaar vervuilde rivieren. Desolate oorden zonder riolering of gezondheidszorg maar mét prostitutie.

Glanzend sieraad
Dat is de realiteit in veel nederzettingen van goudzoekers. Tot voor kort had je niets te kiezen als je goud wilde kopen. Je wist niet wat voor leed er achter het glanzende sieraad schuilging. Maar nu is dat anders.

Om in aanmerking te komen voor het keurmerk 'Fairtrade & Fairmined' moet een goudmijn aan strenge eisen voldoen. Dat geldt voor de behandeling van het personeel en omgang met het milieu. Santiago Ramírez Castro is algemeen directeur van de Peruaanse goudmijn Cuatro de Enero, een van de eerste bedrijven die het label mogen voeren. Hij was in Nederland voor de presentatie van het eerste fairtrade gouden sieraad, in gezelschap van econoom Federico Gamarra Chilmaza, die uit naam van de organisatie Red Social de mijnwerkers bijstaat.

Nooit gedacht
Santiago Ramírez had als jongeman niet gedacht dat hij ooit goudzoeker zou worden. Laat staan directeur van een mijnbouwbedrijf. Hij komt uit de hoofdstad Lima, maar omdat het hem daar niet lukte een bestaan op te bouwen, trok hij naar de bergen in het zuiden van Peru om goud te zoeken. Hij werkte daar samen met zo’n 700 andere (illegale) goudzoekers uit verschillende regio’s. ‘Op een gegeven moment besloten we ons te organiseren’, vertelt hij.

‘We besloten samen gereedschappen aan te schaffen en ingenieurs in dienst te nemen. We gingen ons scholen, kregen les in mijnbouw, maar ook in bedrijfsvoering. Toen hebben we besloten onderneming op te zetten. Zo konden we de mijn verder ontwikkelen.’

Inmiddels is de nederzetting uitgegroeid tot een dorp met 2500 inwoners. De mijn is nog steeds de ruggengraat, maar er zijn ook eethuisjes en winkels gekomen. De mijnwerkers krijgen maaltijden van het bedrijf en worden voortdurend bijgeschoold.

Dorp met een naam
Het dorp kreeg een naam: Centro Poblado de Cuatro Horas. En daarna een school, betaald door de mijn. 'De kinderen krijgen er een goede opleiding, sommigen zijn inmiddels al naar de universiteit', zegt Ramírez. 'We hebben ook een eerstehulppost. En de vrouwen werken mee. Niet in de mijn, maar ze doorzoeken handmatig de kleine brokjes puin die overblijven, want daar zit ook nog een beetje goud in.’

Econoom Federico Gamarra Chilmaza bewondert de daadkracht van de mijnwerkers van Cuatro de Enero. ‘De geschiedenis van de mijn is rijk aan voorbeelden van solidariteit. Hoe ze, toen ze nog helemaal illegaal waren, uit eigen zak hebben betaald om onderwijzers er naar toe te halen, en medische zorg! Door die houding hebben ze het nu goed.’

Vast salaris
De democratisch gekozen directeur Ramírez is er trots op dat alle medewerkers een vast salaris krijgen, of ze nu goud hebben gevonden of niet. Het verhaal van Cuatro de Enero is volgens econoom Gamarra een lichtend voorbeeld voor andere mijnen in Peru. Die hebben nog een lange weg te gaan voordat ze het goed-goudlabel kunnen voeren.