Dit is de mobiele versie van Wereldomroep.nl. Klik hier voor de volledige versie
20 mei, 2012 - 21:19

Column Jeroen Jansen: Toekomst

Jeroen Jansen  data/files/dsc_0085a_5.jpg

En weer vertrok er een grote delegatievan de Staten naar Nederland. Dit keer om Curaçaoënaars te bewegen terug te keren naar het eiland. Daar hadden ze en flinke som geld voor over, om in de grote steden met landgenoten te praten en een grote carrièrebeurs te bezoeken. Ik neem aan dat de resultaten net zo voorspelbaar zullen zijn als de vorige campagne van de Staten in de wijk.

Je kunt bijna dromen wat die mensen gaan zeggen in Nederland: waar is mijn zekerheid, waarom worden mijn brieven niet beantwoord, kan ik een huis krijgen en is er wel carrièreperspectief. En het antwoord van de dames en heren Statenleden ken ik ook: ‘daar wordt aan gewerkt’. En vervolgens wordt daar, bij gebrek aan een concreet verhaal, een flinke laag chauvinism overheen gegooid.
Want elke Yu’i Korsou hoort terug te keren om het obligate steentje bij te dragen aan de opbouw van ons land. En geen oppositiepartij in de Staten die legitiem kritiek kan hebben op deze riedel, want ze deden allemaal mee aan dit circus: 5, 10, 15 jaar geleden. Met hetzelfde sprankelende resultaat.

Plan
Wie met zulke grote woorden de verleidingstruc wil aan gaan in het buitenland, die heeft een plan nodig. En dat plan is er nooit geweest. De historie van de strijd tegen ‘braindrain’ hangt van halfbakken initiatieven aan elkaar. Een website hier, een vaag clubje uit Nederland daar, met als constante de eeuwige dienstreis naar Nederland.
Maar nooit is er een integraal plan geweest met een looptijd langer dan een half jaar. Laat staan dat er echt de wil was om tot zo’n plan te komen. Want ik begin zo onderhand te twijfelen of die wens wel werkelijk bestaat, om jongeren terug te halen. Zien we echt kansen, of doen we alleen maar politiek correct?
Monsters
Ik breng maar weer eens de woorden van ex-minister van Onderwijs, Rosalia, in herinnering: die Curaçaoënaars uit het buitenland ‘meerkoppige monsters’ noemde. Ze zouden volgens hem onze eigen cultuur en identiteit infecteren met wezensvreemde ideeën uit Europa. Een gevaar dus.
En natuurlijk komt die uitspraak uit de extreme Pueblo Soberano hoek, maar dat sentiment is denk ik in meerdere gradaties te vinden in alle hoeken van de samenleving. We sturen de jongeren weg voor een betere toekomst, maar we zetten echt geen stapje opzij als ze terug komen met ‘ambitie’. Wees maar Yu’i Korsou, dan doe je al gek genoeg.

Hoop
De enige hoop die ik heb haal ik niet uit valse beloften en niet oprechte chauvinistische praatjes. Het is de kritische massa die ons gaat redden. De massa’s jongeren die ondanks een niet zo heel erg wenkend toekomstperspectief toch het eiland weer opzoeken. Die een halvering van het salaris en een flatje in de achtertuin van ma en pa voor lief nemen.
Evenals de laatdunkende opmerkingen van eilandgenoten die achter bleven. En gezamenlijk een blok vormen tegen de toko’s op dit eiland, het conservatieve denken en de vreemdelingenangst. Hoe meer het er worden, hoe minder kans dat ambitie de kop in wordt gedrukt. Een beter Curaçao begint bij hen.