Dit is de mobiele versie van Wereldomroep.nl. Klik hier voor de volledige versie
31 januari, 2012 - 17:00

Expatleerlingen stromen bij terugkeer in zonder vertraging

  data/files/scholen-bula.jpg

Het merendeel van de Nederlandse kinderen dat na verblijf in het buitenland terugkeert in het Nederlandse onderwijs zit op niveau en kan instromen zonder vertraging op te lopen*. Dat geldt zowel voor het primair als voortgezet onderwijs. Dit blijkt uit een onderzoek van de Onderwijsinspectie dat dinsdag is gepresenteerd.

Ruim 13.000 Nederlandse kinderen volgen in het buitenland Nederlands onderwijs op een school die is aangesloten bij de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (NOB). Dat betekent een school die deels door de Nederlandse overheid wordt gesubsidieerd.

Verdeling Nederlandse scholen in het buitenland per onderwijstype
(Bron: Onderwijsinspectie, 2011)

  Dagonderwijs Afstandsonderwijs NTC-onderwijs Totaal
Primair onderwijs 22 2 183 207
Voorgezet onderwijs 8 3 90 101

(NTC-onderwijs = Nederlands taal- en cultuuronderwijs)

Voorwaarde voor subsidiëring is dat de scholen kwaliteit leveren en bij mogelijke terugkeer de aansluiting versoepelen. Volgens dit onderzoek voldoet het Nederlands onderwijs in het buitenland aan de subsidiedoelstelling.

Volgens de Onderwijsinspectie is er naast de kwaliteit van het onderwijs in het buitenland nog een andere belangrijke voorwaarde voor de soepele overgang bij terugkeer, namelijk dat ouders in het buitenland Nederlands blijven praten met hun kinderen. Verreweg de meeste ouders uit het onderzoek hebben dit ook gedaan.

Woordenschat
Het merendeel van de terugkeerleerlingen stroomt bovendien geheel op eigen kracht in, dus zonder extra hulp. Een kwart krijgt wel enige vorm van ondersteuning. Als leerlingen vertraging oplopen (zo'n 6 à 7 procent) betreft dit vaak de Nederlandse taal, en heel specifiek de Nederlandse woordenschat. Het gaat dus niet om een achterstand in technisch lezen, begrijpend lezen of spelling.

Volgens de Onderwijsinspectie is het tekort aan woordenschat goed te verklaren. 'Tegenover een relatief geringe Nederlandse woordenschat staat dan ook vrijwel altijd een relatief uitgebreide woordenschat in de dagschooltaal en/of de taal van het land waar de leerling verbleef.'

Een enkele keer leidde terugkeer op een Nederlandse school tot aanpassingsproblemen op sociaal-emotioneel vlak. 'Indien er sprake is van sociaal-emotionele problemen', zo staat er in het rapport, 'gaat het vrijwel altijd om niet goed aansluiting kunnen krijgen bij de groep. Daarbij komt een enkele schrijnende situatie voor, zoals niet onderkend pestgedrag waartegen niet wordt opgetreden.'

De overdracht
De Onderwijsinspectie vindt wel dat er nog verbeteringen mogelijk zijn op het niveau van uitwisseling van gegevens. In 35 procent van de onderzochte gevallen in het primair onderwijs werd geen exitgesprek met ouders gevoerd, in het voortgezet onderwijs was het zelfs 44 procent. 'Daardoor kan onduidelijkheid bestaan over het niveau van de leerling en kan minder informatie uitgewisseld worden met de school in Nederland', staat in het rapport.

Ook is er niet altijd een intakegesprek op de ontvangende school. Dat is zo in 31 procent van de basisscholen en 12 procent van de middelbare scholen. 'Uit de interviews met de ouders blijkt dat het van essentieel belang is dat de ontvangende school zich oriënteert op de opgedane schoolervaringen van de terugkeerleerling en het gevolgde curriculum. Onwetendheid kan leiden tot misvattingen, het uitblijven van keuzes of het maken van verkeerde keuzes.'

Wel merkt de Onderwijsinspectie op dat het vooral de ouders zijn die een belangrijke schakel vormen in de informatieoverdracht, omdat zij het rapport in de meeste gevallen zelf meenemen. Dit maakt de overdracht ook kwetsbaar, denkt de inspectie. Wanneer de vertrekkende school de toetsresultaten ter beschikking stelt aan de ontvangende school kan het voorkomen 'dat ouders kunnen besluiten tot het niet of deels verstrekken van de informatie. Er zijn aanwijzingen dat dit met enige regelmaat gebeurt, bijvoorbeeld in de hoop een nieuwe start te kunnen maken.'

Geplande versus ongeplande terugkeer
Ook de omstandigheden rond terugkeer zou invloed kunnen hebben op een soepele terugkeer, staat in het rapport. Terugkeer heeft altijd een forse impact op het persoonlijk leven van leerlingen. Wanneer de terugkeer gepland is, heeft het gezin de rust om te wennen op de nieuwe situatie.

Onverwachte terugkeer, bijvoorbeeld als gevolg van de economische recessie, ontslag of scheiding, gaat volgens het rapport meestal gepaard met grote spanningen voor alle gezinsleden. Zo is er in die gevallen vaak sprake van tijdelijk huisvesting en een onzekere financiële situatie. De Onderwijsinspectie denkt dat dit de kans van slagen zou kunnen bepalen. Om daar meer over te zeggen is echter eerst verder onderzoek nodig.

* Een kanttekening: het onderzoek keek alleen naar leerlingen die in het buitenland Nederlands onderwijs volgden. Er kan dus niets gezegd worden over hoe de aansluiting verloopt als leerlingen in het buitenland geen Nederlands onderwijs hebben gevolgd, of wanneer ze onderwijs hebben gekregen van een niet bij de NOB aangesloten school.

Meer artikelen lezen voor en door Nederlanders in het buitenland? Neem een gratis abonnement op het WereldExpat Magazine!