Ik hoorde hem laatst opeens voorbijkomen, met een heftige oprisping van nostalgie: de broteram. Op slag was ik weer zeven en keek met afgunst toe hoe mijn broertje de broteram-met-pindakaas-en-hagelslag uitvond. Van louter nijd besloot ik dat zúlke broterammen intiedergeval niet lekker waren, en bekeerde me tot de konijnenkaas. Mijn neefje kreeg bammetjes mee en zijn moeder schonk thee uit een tepel. Gek neefje.
Bij mijn vriendinnetje kregen ze nimonade, en mananen. Daar kwamen wepsen op af. Wij zeiden onder bedreiging met lijfstraffen wesp, en het gekke was: bij óns kwamen ze niet, zelfs niet als de rodondendron bloeide. Bij de buren kwamen 's nachts ófilanten en ólivaars - maar dat geloofde ik niet.
Mijn vriendinnetje viel en kreeg een mutella, haar vader maakte het verband met helastiekjes vast. Raar? Zij vond het gek dat wij haswantjes gebruikten.
'En waarom zeggen julie oto tegen een auto?' wilde ze weten. Maar zij dacht dat het 31 december AutoNieuw was.
Ik had een merkwaardige tante, die karnemelk schonk en uiwen snipperde. Dan zei ik heel nadrukkelijk 'Uijjjen!' om het haar te leren. Toen was ik al bijna groot; ik leerde schrijven. Maar de spelling van pingwing viel vies tegen.
Ach, wat waren we schattig. Maar google even en je merkt dat alle kinderen dezelfde schattige foutjes maken. Nog immer. En erger nog: er zijn volwassenen die met droge ogen helastiekjes schrijven.
Eén soort fout heb ik nooit gemaakt. Kinderen van nu zeggen tjoeter, koejoeter, petoeter, kontjoeter, kjompoeter, en tascomputer. Er is vooruitgang.