'Wellicht zit identiteit, meer dan in abstracte ideeën, in dingen, in instellingen, in gerechten, spelletjes, landschappen, eigenaardigheden, geluiden, bedrijven, rages en gedeelde herinneringen', schrijven Wilma de Rek en Bert Wagendorp in de inleiding van hun
'Encyclopedie der Nederlanden', een bundeling van hun wekelijkse columns in de Volkskrant, aangevuld met vijftig nog niet eerder verschenen lemma’s.
Daarom geen abstracte thema's in de encyclopedie, maar typisch Nederlandse verschijnselen als tolerantie, sparen, de verzorgingsstaat, euthanasie, kerkscheuringen, de verjaardagskring, het poldermodel en de thuisbevalling. En voorwerpen als de kaasschaaf, het Tomado-rekje, de fiets en de tulp. Hoewel: typisch Nederlands? De kaasschaaf is uitgevonden in Noorwegen, Sinterklaas is een Turk en drop eten ze ook in Finland. Toch zijn deze voldoende ingeburgerd om een plekje te veroveren.
Bert Wagendorp legt uit hoe de keuze tot stand kwam: 'Er was een lijst bij uitgeverij Atlas die tot stand was gekomen bij de koffieautomaat. Als je aan Nederland denkt, wat zijn dan typerende dingen? Dat was ook ons uitgangspunt: wat gebeurt er als er iemand uit de ruimte komt, een alien, en landt bij Abcoude, wat zijn dan de dingen waarvan hij denkt: wat is bepalend voor dit land?'
Niet alleen voorwerpen kregen een plek, ook immateriële begrippen als het poldermodel, kerkscheuringen en de botheid van de Nederlanders kregen een plek. Wilma de Rek: 'Mentaliteitskwesties, het begrip gezellig en praten over het weer bijvoorbeeld is ook typisch Nederlands en dat zit hem niet in dingen als hagelslag en stroopwafels. Het zit veel meer in hoe we met elkaar omgaan.'
Directheid
Nederlanders gebruiken geen lange inleidende zinnen en zeggen meteen waar het op staat. 'Als je dat negatief omschrijft kan je zeggen dat wij enorm bot en lomp en horkerig zijn', zegt De Rek. 'Zelf noemen we dat, en dat klinkt een stuk positiever, direct.' Voormalig topman van British Telecom, Ben Verwaayen, maakte daar korte metten mee door schier eindeloze betogen abrupt te onderbreken en te vragen wat de spreker bedoelde. Hij had namelijk weinig tijd.'
Egalitair
Er staat dan ook een lemma 'bot' in de Encyclopedie, waarin een link gelegd wordt met het egalitaire denken in Nederland. Bert Wagendorp: 'Wij zijn een moeras waar boeren en vissers eeuwenlang hun geld hebben verdiend zonder dat daar, zoals in de landen om ons heen, een grote hofcultuur was waar mensen naar konden kijken en die ze konden imiteren. Dus reizigers die hier in de zestiende eeuw kwamen schrokken al van de botheid van de mensen hier. Het gaat dus eeuwenlang terug.'
Nederlanders in het buitenland, die desgevraagd opnoemen wat zij missen van Nederland komen inderdaad met dingen als de directheid op de proppen, maar ook met pindakaas, stroopwafels en haring. En ook met lekker naar de markt gaan en fietsen. Wat mis je dan eigenlijk?
Wagendorp: 'Nationale identiteit is een verhaal, wat wij elkaar vertellen om ons bij elkaar betrokken te voelen, om ons een eenheid te voelen en te voelen dat je bij een groep hoort, een heel essentiële menselijke behoefte. Dat doen wij aan de hand van dingen die in de 'Encyclopedie der Nederlanden'staan. Die representeren een gevoel.'
De Rek vult aan: 'Het is heel moeilijk om dat gevoel te vertellen en daarom kom je met dingen als drop en haring. Als mensen bijvoorbeeld vertellen dat hun vader altijd een zakje drop in het handschoenenkastje van hun auto had liggen, geeft dat uitdrukking aan dat gevoel, dan zeggen ze dat ze de drop missen, maar ze missen vroeger en hun eigen omgeving. Het is natuurlijk belangrijk om ergens geworteld te zijn en als je het land verlaat neem je dat toch een beetje mee en vertaal je dat in symbolische dingen.'