Tienduizenden joden werden tussen 1940 en 1945 in volgepropte veewagons gedeporteerd van Amsterdam naar Kamp Westerbork in Drenthe. Ze reisden over het spoor, dwars door Nederland, nog onwetend van hun naderende dood. Sinds kort ligt langs dit traject het Westerborkpad, een wandelpad van 336 kilometer. Verslaggeefster Belinda van Steijn volgde het pad.
Het Westerborkpad loopt langs onderduikadressen, begraafplaatsen en herdenkingsmonumenten en is een initiatief van Jan Dokter (75). Twaalf van zijn familieleden zijn afgevoerd naar doorgangskamp Westerbork en daarna door de Duitsers vermoord in vernietigingskampen. Ik ontmoet hem bij het begin van het pad.
Dicht langs het spoortraject
Lange afstandsloper Jan Dokter wilde vanaf de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam naar Kamp Westerbork lopen, zo dicht mogelijk langs het spoortraject. 'Ik ben tijdens het wandelen constant met mijn gedachten bij mijn familie geweest', vertelt hij.
Bij de Hollandsche Schouwburg werden de joden verzameld voordat ze naar Westerbork werden afgevoerd. Nu is het een herdenkingsplek. 'Links op die grote plaquette staan namen van joodse families die omkwamen', zegt Jan Dokter, wijzend op de naam van zijn familieleden, Pakkedrager.
Hollandsche Schouwburg
'Voor de joden die hier komen is dit de belangrijkste plek om te bezoeken’, zegt Jan op de binnenplaats. ‘Hier wachtten joden hun deportatie af. Daarna moesten ze lopend, onder zware bewaking, naar het Muiderpoortstation.’
Ik loop alleen door naar het Muiderpoortstation. Daar vind ik een monument met de tekst: 'Vanaf dit station zijn tussen oktober 1942 en 26 mei 1944 ruim 11.000 joden naar doorgangskamp Westerbork weggevoerd.’ Reizigers lopen voorbij, zich niet bewust van het verleden.
Edith Nagel-Ossendrijver
Op het monumentale treinstation Naarden-Bussum ontmoet ik Edith Nagel-Ossendrijver. Ze woonde tijdens de oorlog in Bussum. Toen de razzia's begonnen en de Duitsers joden opriepen voor de werkkampen in Duitsland, moest ze onderduiken.
Drie jaar lang zat Edith binnen, gescheiden van haar zusje en moeder. Het was te gevaarlijk om buiten te spelen. Alleen 's avonds kon ze af en toe een ommetje maken. Ook binnen was het niet altijd veilig. Zoals die keer toen een overvalwagen voor het huis stopte.
Edith's schuilhok
'Mijn onderduikouders hadden een schuilhok voor me gemaakt in een diepe kast. Daar rende ik heen. Mijn pleegmoeder legde er een plank met kleren overheen. Daarna hoorde ik mannen met zware laarzen de trap op komen. Ik verwachtte elk moment een bajonet door mijn bast. Ik was stomverbaasd toen ze weer vertrokken.’
Edith wist te ontkomen aan de trein. Meer dan zestig familieleden, haar moeder en haar halfbroertje, belandden wel in Kamp Westerbork en werden omgebracht in Auschwitz of Sobibor. Edith: 'Mijn moeder is met de laatste trein naar Auschwitz gebracht, zuur, heel zuur.'
De spoorwegovergang in Hilversum
Walter Nagel verhuisde tijdens de oorlog naar Hilversum. Hij herinnert zich de keer dat hij op de spoorwegovergang stond te wachten en er een trein met veewagons langskwam. In hokjes aan zijkanten van de trein stonden gewapende soldaten.
Toen de trein passeerde gingen ramen een klein beetje open. Er werden briefjes naar buiten gegooid. 'Zodra de trein weg was, pakte ik de briefjes op. Een aanstormende NSB’er, een handlanger van de Duitsers, eiste op barse toon de briefjes op. Pas veel later, na de oorlog, kwam ik erachter dat joden altijd geadresseerde briefkaarten op zak hadden om het thuisfront te laten weten dat ze de klos waren.'
Eindpunt Hooghalen
In Hilversum neem ik de trein en maak een sprong in de route. Ik ga naar Hooghalen. Tot 1942 ging de Westerborktrein niet verder dan hier. Gevangenen moesten de laatste vijf kilometer naar het kamp lopen.
Beate Plenter woonde tijdens de oorlog in Hooghalen en speelde bij de sloten langs het spoor. Ze heeft de 'speciale treinen' niet vaak gezien. Behalve die ene keer.
Het transport van Beate Plenter
'Ik zag honderden mensen uitstappen. Voorop liep een vrouw met twee kleine kinderen aan de hand. Pas later besefte ik dat ík een gelukkig kind was, maar kinderen een paar kilometer verderop in gevaar waren.'
's Avonds in bed zag Beate de zoeklichten van het kamp over hun huis trekken. De tussenpozen waren heel kort. 'Te kort om te vluchten', zegt ze.
De treinen kwamen niet alleen aan in Hooghalen. Iedere dinsdag vertrok er ook een trein, naar de vernietigingskampen. Beate herinnert zich de dorpsbewoonster die bij het spoor woonde. Nadat ze een jongetje vanuit de trein haar naam had horen roepen, deed ze op dinsdag de gordijnen dicht.
Het bospad naar Kamp Westerbork
Ik loop verder naar Kamp Westerbork. Langs het bospad staan de bomen als stille getuigen.
Het Westerborkpad eindigt langs de Boulevard des Misères, zoals deze plek door de Joden in Kamp Westerbork werd genoemd. Een kromme, roestige rails en een monument markeren het eindpunt van de spoorlijn. Rode rozen met kaartjes eraan tonen dat hier nog iedere dag mensen komen om te herdenken.
Het Westerborkpad vertelt het verhaal van de 102.000 mensen die via Kamp Westerbork eindigden in de vernietingskampen Auschwitz, Bergen-Belsen, Sobibor, Theresienstadt en Mauthausen. Het is ook het verhaal van 5000 overlevenden.