Dit is de mobiele versie van Wereldomroep.nl. Klik hier voor de volledige versie
5 mei, 2012 - 11:01

Oorlogsveteranen zoeken hun geluk elders

Veteranen in Den Haag op veteranendag 2010  data/files/veteraan.jpg

Ongeveer één op de twintig oorlogsveteranen wil na zijn uitzending niet meer terug naar Nederland. Ze emigreren, of vestigen zich in het land waar ze gediend hebben, blijkt uit onderzoek van het Veteraneninstituut. 
‘Militairen die begin jaren vijftig terugkwamen uit Nederlands-Indië, vertrokken vaak vanwege de economische situatie uit Nederland. Ook de politieke onzekerheid in die tijd speelde een grote rol’, zegt Erwin Kamp van het Veteraneninstituut. Het Instituut volgt ex-militairen nog jaren na hun uitzending. ‘Mensen hadden heel duidelijk het idee dat ze het ergens anders beter zouden krijgen dan hier.’
Militairen en veteranen zijn bovendien vaak wat avontuurlijker ingesteld dan anderen, zegt de humanistisch raadsman van het Instituut. ‘Mensen leren bij Defensie hun grenzen verleggen. Ik zag dat bij de mariniers met wie ik zelf op missie ben geweest. ‘Mijn thuis is waar mijn baret is’, was hun motto. En dat nemen ze mee als ze uit dienst gaan: Nederland is niet het middelpunt van de wereld.’
Australië
Australië is een geliefde plek voor veel militairen die eind jaren veertig en begin jaren vijftig in Indonesië dienden. Jan Schmieman bijvoorbeeld. Hij voelde zich na terugkomst niet meer thuis in Nederland. ‘Binnen een paar dagen na mijn terugkeer uit het leger zat ik op de boot naar Australië. Mijn vertrek naar Indië was een soort avontuur. En na mijn diensttijd vond ik dat het avontuur nog niet afgelopen was.’
Min of meer hetzelfde gold voor Alex Leemhuis. Hij wilde vanuit Indonesië niet terug naar Nederland, en vertrok begin jaren vijftig rechtstreeks naar Australië. ‘Het ging economisch slecht in Nederland. Bovendien werkte ik in de bouw. Dat kun je beter in het Australische klimaat doen dan in het Nederlandse.’
Ontmoeten
Leemhuis is trouw bezoeker van de koffieochtenden die nog altijd voor veteranen worden georganiseerd. Net als Gerrit Wansink. ‘Helaas worden ze allemaal te oud. Maar één keer in de maand komen de overgebleven veteranen nog bij elkaar. Als ik tijd heb, ga ik er zeker naar toe.’
Ook in Spanje komen Nederlandse veteranen regelmatig bij elkaar. Defensie-attaché Henrie Doreleijers organiseert activiteiten voor hen. ‘Van zeker honderd veteranen weten we zeker dat ze in Spanje wonen. Vaak zijn ze na hun pensionering geëmigreerd. Ze vinden het belangrijk om elkaar te kunnen ontmoeten. Maar we kunnen ze ook helpen met praktische zaken op het gebied van sociale wetgeving en pensioenen.'
4 en 5 mei
Doreleijers houdt zich ook bezig met de jaarlijkse Dodenherdenking op 4 mei. ‘We nodigen sprekers uit en houden een eigen ceremonie. De vlag gaat halfstok en om acht uur zijn ook wij twee minuten stil. Een bijzonder waardige plechtigheid, dankzij de inbreng van de Veteranenvereniging.’
Ook geestelijk verzorger Erwin Kamp benadrukt het belang van herdenken en vieren. ‘Veel mensen zijn ooit bij Defensie gaan werken omdat ze een bijdrage wilden leveren aan het handhaven van de vrede, het brengen van meer rechtvaardigheid in de wereld en het verdedigen van de mensenrechten. Dat zijn precies de zaken die op Bevrijdingsdag centraal staan. Veel veteranen vinden het belangrijk om die waarden te koesteren.'