Dit is de mobiele versie van Wereldomroep.nl. Klik hier voor de volledige versie
16 mei, 2012 - 09:04

Goed zakendoen met goed privacybeleid

Opnieuw weigert microblogdienst Twitter gegevens van een gebruiker over te dragen aan de Amerikaanse justitie. Twitter vindt dat tweets het eigendom zijn van de verzender en weigert principieel de gewenste informatie te verstrekken. GroenLinks-Kamerlid Arjen El Fassed wil dat ook andere internetdiensten meer duidelijkheid geven over hun privacyregels. Met een goed privacybeleid kun je klanten trekken, denkt hij.  

De Amerikaanse twitteraar wordt beschuldigd van verstoring van de openbare orde tijdens de Occupy Wallstreet-protesten in New York. Hij zou in privétweets hebben gesproken over de gevolgen van de actie en het gevaar gearresteerd te worden. De weigering van Twitter wordt door mensenrechten- en privacy-organisaties beschouwd als een belangrijke ontwikkeling.

Het Amerikaanse geval staat zeker niet op zichzelf. In het onderzoek naar WikiLeaks in 2010 vroegen de Amerikanen ook al de Twitter-gegevens van de Nederlander Rop Gonggrijp, de IJslandse parlementariër Brigitta Jonsdottir en Amerikaanse beveiligingsexpert Jacob Appelbaum. Twitter gaf de gegevens pas na een uitspraak van de rechter.

Transparantie
Ook in Nederland mogen politie en justitie informatie over internetgedrag opvragen. Maar hoe vaak dat gebeurt en hoe vaak toestemming wordt gegeven, is onduidelijk. Een verzoek van GroenLinks-Kamerlid Arjan El Fassed tot openbaarmaking van de statistieken is afgewezen door staatssecretaris Fred Teeven van Justitie. Dat zou justitieel onderzoek in gevaar brengen.

Volgens El Fassed is op dit moment totaal onduidelijk welke opsporingsdiensten toegang vragen tot privégegevens, hoe vaak dat gebeurt en op welke gronden. Voor telefoontaps zijn de regels helder, en die zouden volgens hem ook moeten gelden voor de controle op internetgebruik. De nationale politie houdt bij wanneer om informatie wordt gevraagd, maar niet of een internetgebruiker achteraf op de hoogte wordt gesteld van zo’n verzoek. Volgens de wet is dat verplicht.

Hij gaat nu zelf de diensten benaderen. ‘De overheid moet open zijn over de regels en rechten van de gebruiker, want we leven in een rechtsstaat. Voor social media geldt die transparantie ook. Klanten hebben er recht op te weten wat bedrijven doen als de overheid bij hen op de deur klopt. Terughoudend omgaan met dit soort verzoeken is het beste.’

Achterdeurtjes
In de Verenigde Staten zijn de opsporingsdiensten al een stap verder. Volgens de Amerikaanse tech-website CNET wil de FBI dat bedrijven verplicht een achterdeurtje inbouwen bij social media software, zodat ze bij de gebruikers altijd kunnen rondsnuffelen. Formeel is toestemming van justitie nodig, maar via dat achterdeurtje wordt het hen wel heel makkelijk gemaakt daar onderuit te komen.

El Fassed maakt zich grote zorgen over het almaar oprekken van de bevoegdheden van opsporingsdiensten. ‘Niet iedere nieuwe ontwikkeling vereist een verdere verruiming van de macht, zoals de overheid wil. Mensen moeten goed beseffen dat bij iedere aanpassing van de wet de rechtsbescherming die er was, voor altijd weg is.'

Economische waarde
Twitter hanteert als enige socialmediadienst het standpunt dat tweets en direct messages privé-eigendom zijn. Als justitie uit welk land ook om die gegevens vraagt, volgt standaard een weigering en stelt het bedrijf de gebruiker direct op de hoogte. Pas na een gerechtelijke uitspraak gaat Twitter overstag.
Er is veel af te dingen op het respect voor privacy bij Google, maar in zijn Transparancy Report meldt de zoekgigant wel uitvoerig welke landen dit soort informatieverzoeken doen en hoe vaak. Google houdt zich op de vlakte over de afhandeling. Voor zover bekend stelt het bedrijf zijn gebruikers niet op de hoogte als hun zoekgedrag vragen oproept.

Google en Twitter hebben heel goed in de gaten dat internetters hechten aan hun privacy. Goed beleid op dat vlak zouden internetdiensten kunnen gebruiken om elkaar te beconcurreren, denkt El Fassed. 'Het vertrouwen van consumenten krijgt economische waarde. En daar zijn bedrijven gevoelig voor.’