De Nederlander die zichzelf begin mei in brand stak in Indonesië, zou hebben geleden aan achtervolgingswaan. Maar ook de manier waarop in het buitenland de AOW-gegevens worden bijgehouden, speelde een rol: een noodlottige samenloop van omstandigheden.
De 69-jarige Albert Johannes Cornelis Ekelmans overleed uiteindelijk op maandag 7 mei. Ruim drie dagen nadat hij zichzelf in brand had gestoken bij de Nederlandse ambassade in Jakarta. Al vrij snel werd bekend dat Ekelmans tot zijn wanhoopsdaad was gekomen omdat hij geen Nederlandse AOW meer kreeg.
Bizarre geschiedenis
Die zou zijn stopgezet omdat hij geen vast verblijfadres had. Dankzij onder andere de website Java Post is inmiddels duidelijk geworden dat hierachter een bizarre geschiedenis schuilgaat. Ekelmans was namelijk bang om bij een moordaanslag om het leven te komen. Daarom wisselde hij elke maand van adres.
Tien jaar geleden was de Nederlander coördinator van een kassenproject op Bali. Lokale boeren moesten met behulp van de nieuwste landbouwtechnologie hoogwaardige exportproducten leren maken. Een prestigeproject, waarin Nederlandse en Indonesische investeerders tien miljoen dollar hadden gestoken.
Volgens Java Post botste Ekelmans met een corrupte ondernemer. Die zou banden hebben gehad met extremisten en niet zijn teruggeschrokken voor geweld. Ekelmans woonde toen al tien jaar in Indonesië en had een Indonesische vrouw. Hij verliet Bali zonder te weten wat er van haar of hun zoontje was geworden.
Achtervolgingswaan
Enkele jaren geleden ging Ekelmans in Jakarta wonen. Maar ook daar leefde hij in angst. Want de politie en de autoriteiten speelden volgens hem onder één hoedje met de Balinese maffia. Die zou bovendien huurmoordenaars achter hem aan hebben gestuurd, omdat hij teveel wist.
De Nederlandse consulair medewerker in de Balinese hoofdstad Denpasar was volgens Ekelmans eveneens op de hoogte van de corrupte praktijken van de ondernemer, maar deed daar niets aan. Ook de Nederlandse ambassade vertrouwde hij daarom niet meer.
Paranoïde? In het verhaal van Ekelmans 'lijken werkelijkheid en fictie soms wel heel dicht bij elkaar te liggen', schrijft Java Post. 'Maar zelfs als slechts de helft op waarheid berust, dan nog is dat voldoende om begrip te hebben voor zijn situatie.'
Gegevens controleren
De stopzetting van de AOW-betalingen was de laatste druppel. 'Wij sterven letterlijk van honger en dorst', schreef Ekelmans in één van zijn vele noodkreten aan het adres van Nederlandse instanties. Toch klopt het niet helemaal dat hij geen AOW meer kreeg omdat hij niet over een vast adres beschikte.
De AOW is namelijk geen gunst maar een opgebouwd recht, dat niet zomaar mag worden afgenomen. Wel bevestigt een woordvoerder van de Sociale Verzekeringsbank desgevraagd dat er bij het ontvangen van AOW in het buitenland noodgedwongen sprake is van bepaalde 'handhavingseisen'.
'Er moet een zekere controle mogelijk zijn', zegt de woordvoerder. 'Zodat we kunnen vaststellen dat mensen nog in leven zijn en of ze al dan niet met een partner samenleven.' Als iemand geen vast woonadres heeft, dan wordt die controle lastiger. Maar, zegt de SVB, nog altijd geenszins onmogelijk.
Niet zomaar stopzetten
'Wij proberen in die gevallen tot een oplossing te komen binnen de mogelijkheden die we hebben. In Nederland is de oplossing meestal dat mensen zich regelmatig melden bij onze kantoren, waarna uitbetaling plaatsvindt. Maar in het buitenland hebben we natuurlijk geen kantoren.'
In Indonesië werkt de SVB wel met speciale rapporteurs. Die onderhouden contact met Nederlanders die AOW aanvragen en vullen samen met hen het zogeheten 'levensbewijs' in. Maar de rapporteurs werken onder aansturing van de ambassade. Iemand zonder vast adres wordt gevraagd zich daar te melden.
En juist op dit punt was de samenloop van omstandigheden in het geval van Albert Ekelmans zo tragisch. Hij vertrouwde de ambassade immers niet en was bang voor een aanslag. En dus weigerde hij om met zijn fysieke aanwezigheid te bewijzen dat hij recht had op AOW. Stopzetten was daarna de enige optie.
Noodkreten genegeerd
Maar daarmee is de vraag of de zelfverbranding van Ekelmans voorkomen had kunnen worden, nog niet beantwoord. Hij stuurde in de weken voor zijn wanhoopsdaad vele brieven, o.a. aan premier Rutte. Op die noodkreten is niet gereageerd. Toen zijn verhaal uiteindelijk naar buiten kwam, was het te al laat.