Hersenchirurg Eduardo, de neef van mijn vriendin, doet het. Mijn goede vriend, de journalist Moises doet het. De ex van mijn zwager heeft het een tijdje gedaan. En ook ik doe het. Intrekken bij je schoonfamilie; in Nederland moet niemand er aan denken, maar in Mexico is het heel normaal.
Toen ik in 2009 in Mexico-Stad ging wonen, trok ik samen met een bevriende Mexicaanse arts in een appartementje in La Condesa, een yuppenwijk in centrum van de hoofdstad. Dat was om uiteenlopende redenen geen succes, maar waarschijnlijk gaf de verdachte bureaulade vol morfinecapsules uiteindelijk de doorslag.
Familiecultuur
Ik was nog maar nauwelijks geacclimatiseerd in het monsterlijk grote Mexico-Stad en had nog geen vervangend onderdak gevonden, toen mijn vriendin voorstelde om een tijdje bij haar te gaan wonen. Nu leek samenwonen me op zich wel leuk, maar Adriana woonde op haar dertigste nog steeds bij haar moeder en haar broer. Dat is in Mexico, met zijn sterke katholieke familiecultuur, heel normaal. Tegelijkertijd is het ook vaak een geldkwestie: dit is een lagelonenland en veel jonge Mexicanen verdienen pas na hun dertigste genoeg om zelfstandig te kunnen wonen.
Maar intrekken bij mijn schoonfamilie? Aanvankelijk moest ik er niet aan denken, opgegroeid als ik was met het Nederlandse idee van zelfstandigheid als mantra. Toch wist Adriana me te overtuigen. Het zou me meer dan de helft in huur schelen, ik hoefde niet op zoek naar meubels en het huis was sowieso veel te groot voor drie bewoners.
Grootstedelijke dwarsdoorsnede
Wat voor mij de doorslag gaf, was de mogelijkheid om lange tijd met een Mexicaanse familie te kunnen samenleven in Ciudad Nezahualcóyotl, een vrij ruige voorstad van Mexico-Stad. Hier heb ik geen yuppen, alternativo´s en goedverdienende kantoortypes in strakke pakken om me heen, maar fabrieksarbeiders, handelaren in schimmige zaakjes en hangjongeren.
La Condesa is een welvarende wijk zoals je die in alle Europese hoofdsteden vindt, maar 'Neza' is veel meer een dwarsdoorsnede van het gros van de Mexicaanse stedelijke bevolking. De meeste correspondenten wonen in chique wijken, omringd door macrobiotische koffiehuisjes en leuke culturele centra die in Amsterdam niet zouden misstaan. In Neza is alles basaal en heb je ook weinig buitenlanders; in onze wijk deel ik die status met vier Cubaanse sportleraren. Voor de buurtbewoners ben ik inmiddels 'El Güero', de blonde.
Midden in het leven
Zo betrok ik begin 2010 een woning in de wijk Plazas de Aragón. En tot mijn eigen verbazing heb ik er nog steeds geen spijt van. Het helpt natuurlijk dat mijn schoonmoeder een schat van een mens is en mijn zwager een hilarische losbol en beroepssjacheraar. Maar meer nog dan dat maak ik al twee jaar het wel en wee van de gemiddelde Mexicaan van dichtbij mee. Het constante geldgebrek, de frustratie over incompetente nutsbedrijven, het soms harde straatleven in Neza... Als ik in La Condesa was gebleven, zou dat alles veel abstracter zijn gebleven.
Mijn schoonmoeder verdient als kleuterjuf een mager salaris. Voor haar is het iedere maand weer de kunst om de eindjes aan elkaar te knopen. Gastank kapot? Dan hebben we half jaar geen warm water. De jaarlijkse overstroming van de nabije Remedios rivier? Het kost ons een half jaar om de schade op te ruimen. Natuurlijk help ik zo veel mogelijk, maar mijn trotse schoonfamilie accepteert bijna nooit mijn hulp. Hoe zeer ik ook aandring.
Zo maak ik, ver weg van het beschermde La Condesa, een realiteit mee die weinig correspondenten hier ervaren. Ik prijs mezelf gelukkig want in plaats van een koele waarnemer op afstand maak ik zelf deel uit van deze samenleving. De frustraties van mijn schoonfamilie zijn míjn frustraties. De warme Mexicaanse familiecultuur is nu ook míjn familiecultuur.
Misschien is het een illusie, maar ik voel me als buitenlander echt geïntegreerd in de Mexicaanse samenleving. In Nederland zou ik ’t beslist hebben afgewezen, maar hier in Mexico ben ik er dankbaar voor.