Recensie - Leuke wetenschapsgeschiedenis; dat biedt dit heerlijke boek waarin wetenschapsjournalist Marcel Hulspas met wetenschapper Robbert Dijkgraaf op zoek gaat naar de grootste natuurwetenschappers uit de Nederlandse geschiedenis.
Ze dragen namen, die veelal voortleven dankzij de straten of instituten die ze tooien, zoals Kamerlingh Onnes (1853-1926), Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723) en Christiaan Huygens (1629-1695).
Wie denkt in de Simon Stevinstraat aan de wiskundig ingenieur uit Brugge (1548-1620), die een hoge positie bekleedde aan het hof van Prins Maurits? De gemiddelde passant weet dat niet eens. Dankzij dit boek leert een mens nog eens wat.
Wetenschap enthousiast overbrengen
Samen met de scheidend KNAW-voorzitter de sporen van deze mannen volgen; het idee is even eenvoudig als aantrekkelijk. De mediagenieke Dijkgraaf kan ingewikkelde wetenschappelijke zaken enthousiast overbrengen op een groot publiek - getuige ook zijn recente televisiecollege over de Oerknal.
Hij laat zich voorlichten door -gedreven- deskundigen, die hem meevoeren in stoffige archieven en depots in musea en universiteiten. Ze drinken koffie tussen door Frederik Ruysch (1638-1731) geprepareerde lichaamsdelen, kijken door een originele lens van Antoni van Leeuwenhoek en bewonderen de elektriseermachine van Marius van Marum (1750-1837).
Hulspas beschrijft die bezoeken beeldend, met smeuïge details over de besproken wetenschapper en diens tijd. Elke wetenschapper is te zien op tekening of foto, net als veel van de behandelde voorwerpen. Dat geeft het op zich makkelijk leesbare boek, nog net iets extra's.
Van anatomie tot paleoantropologie
De tocht begint in de zestiende eeuw in de toenmalige zuidelijke Nederlanden, bij Andreas Vesalius (1514-1564). Die maakte het eerste moderne anatomieboek, 'De humani corporis fabrica'. De reis eindigt bij de grondlegger van de paleoantropologie, Eugène Dubois (1858-1940). Hij was de eerste die fossielen ontdekte van een voorloper van de mens.
Hoe verschillend hun vorm van wetenschapsbeoefening ook was, de manenn (want dat zijn het zonder uitzondering) delen hun nieuwsgierigheid naar alles in de wereld om hen heen. Een brede interesse, die ze combineerden met doorzettingsvermogen.
Daarbij maakte het niet uit of ze nou een geleerde ouder hadden, zoals Huygens of een vader die wolkammer was, zoals planetariumbouwer Eise Eisinga (1744-1828).
Overeenkomsten
Dat wetenschap vroeger heel anders in elkaar stak dan nu, wordt duidelijk uit allerlei anecdotes en details. Net als de overeenkomsten: de Body Worldstenstellingen van nu (met geprepareerde lichamen) lijken gruwelijk, maar in de zeventiende eeuw kochten gewone mensen een kaartje om een anatomische les van de chirurgijn bij te wonen.
Al was niet iedereen even bijzonder als wetenschapper, ze waren zonder uitzondering invloedrijk, dat maakt dit boek op aansprekende wijze duidelijk. Het enige jammere is, dat deze 'reuzen' zo bescheiden in aantal zijn.
Reuzen van de lage landen. Met Robbert Dijkgraaf op zoek naar onze grootste natuurwetenschappers - Marcel Hulspas, Nieuw Amsterdam Uitgevs, ISBN 9789046813188, prijs € 16,95.