Er waren in de 19e eeuw veel plaatsen in de VS waar Nederlanders zich vestigden om religieuze redenen. Maar het dorpje Little Chute in Wisconsin was de enige enclave van Nederlandse katholieken. Uit Brabant. En dat is nog steeds goed merkbaar.
'Wij waren de laatsten', vertelt Piet Arts (81). Zijn vrouw Marietje (79) en hij vertrokken iets meer dan een halve eeuw geleden vanuit Volkel, Noord-Brabant naar Little Chute. De eerste Brabanders arriveerden midden 19e eeuw in het stadje: een ononderbroken emigratiegeschiedenis van ruim 100 jaar.
Indianen bekeren
Dat Little Chute een Brabantse enclave werd, is te danken aan pastoor Theo van den Broek. De in Alkmaar geboren Franciscaan kwam in 1832 naar de VS en richtte zich al gauw op het gebied van 'La Petite Chute' (de kleine stroomversnelling), zoals Franse pelshandelaren het toen al bijna een eeuw noemden.
'Van den Broek wilde graag missionaris worden', zegt Gene Janssen van de lokale Historical Society. En in het gebied rond Little Chute zaten volop Menominee, Ho-Chunk en andere 'Native Americans.' Hij bekeerde er 600 voordat de Indianen wegtrokken, vanwege het in 1836 gesloten Verdrag van de Ceders.
In 1847 was de pastoor terug in Nederland na de dood van zijn ouders en ronselde hij landgenoten om naar de VS te gaan. Vooral uit het verarmde gebied rond Volkel, Boekel en Uden reisden 900 mensen met hem mee, aan boord van drie houten zeilschepen. Eenmaal in Little Chute bleven ze generaties lang samen.
Little Chute vandaag
Vandaag de dag zijn niet langer alle straten vernoemd naar katholieke heiligen, zoals in de tijd van de pastoor. Maar de kerk die Van den Broek met hulp van bekeerde Indianen bouwde, is nog altijd het hart van het stadje. Al heeft het gebouw wel een aantal facelifts gehad, waarvan de recentste in 2003.
Binnen in de kerk herinnert een nieuw glas-in-loodraam aan Van den Broek. Gene Janssen vertelt dat Little Chute altijd hofleverancier is gebleven van missionarissen, geestelijken en nonnetjes. Vooral pastoor John Sprangers - de eerste die in de VS werd geboren en niet geïmporteerd - is nog altijd bekend. Of berucht.
Sprangers was pastoor van 1915 tot 1956. 'Hij alleen bepaalde welke films vertoond mochten worden. En als de mis bezig was, moest het verkeer in de hoofdstraat maar wachten.' De huidige priester, James Hablewitz, is geen Nederlander. 'Maar we noemen hem voor de grap wel eens Van Hablewitz', zegt Janssen.
Verval en vernieuwing
Het religieuze erfgoed van Little Chute wordt ook volop levend gehouden op de katholieke school, die is vastgebouwd aan de kerk van Van den Broek. Foto's van Nederlandse nonnen en pastoors hangen er op een groot prikbord. De leerlingen krijgen les in Nederlandse cultuur, maar Nederlands wordt niet langer gegeven.
Piet Arts en Gene Janssen herinneren zich nog wel de tijd dat de inwoners van Little Chute elkaar op z'n Brabants begroetten, met 'goeiemeurregen menneke'. Maar dat is lang geleden, net als de tijd dat de door Nederlanders uit de wijde omtrek gebouwde Canal Bridge nog een trekpleister was en geen roestige ruïne.
Als het aan Janssen ligt, herleven binnenkort die gouden tijden. De Brabantse molen die nu na tien jaar praten wordt gebouwd en die volgend jaar af moet zijn, is nog maar het begin. Elk gebouw, zegt Janssen, elke straat die wordt verbouwd of opgeknapt, wordt in de oude, Nederlandse glorie hersteld. Zelfs de brug.
Authentiek plafond
Het molenproject heeft in elk geval nieuwkomers naar Little Chute getrokken. Zoals Robin Dekker, die met haar kersverse graad Nederlands van de unversiteit van Madison nou niet bepaald de banen voor het oprapen had. Dekkers familie komt oorspronkelijk overigens uit Friesland, niet uit Uden en omstreken.
Ondertussen heet de schoenwinkel nog altijd Vanderloop, verkoopt de bakker Nederlands brood en vind je in kroeg M&Ms nog het authentieke plafond uit 1895, toen het als luxe hotel werd gebouwd door de bekende familie Van Susteren. Heden en verleden lopen in Little Chute door elkaar. Nu de toekomst nog.
Het idee om op onze afscheidsreis door de VS ook Little Chute aan te doen, kwam na het lezen van dit artikel van journaliste Hanneke Keultjes