Binnen twee minuten staat Ronald Gardebroek (28) van kantoor in zijn slippers op het strand. Maar af en toe zou hij ook wel eens binnen twee minuten in een oer-Hollands dorpje willen zijn. Even op de fiets kibbeling halen op de markt. Voorlopig blijven hij en zijn zakenpartner Marcel Roos (28) in Nieuw-Zeeland. Ze doen er goede zaken.
Viereneenhalf jaar bestaat hun bedrijf nu, Intern NZ, een bureau dat studenten aan een stage helpt in Nieuw-Zeeland. Op het kantoortje in Takapuna, een buitenwijk van Auckland, hangen veel foto's van zonnende, surfende, raftende en vissende studenten. Overal blije gezichten.
'We vinden het belangrijk dat studenten hier een leuke tijd hebben. Dus regelen we naast een stageplek en huisvesting ook sportactiviteiten, kroegentochten en uitstapjes in Nieuw-Zeeland. We zorgen dat ze zich thuis voelen', vertelt Ronald.
Zeven maanden zomer
Inmiddels zijn de twee jonge mannen zelf ook aardig ingeburgerd. 'Ik heb zin om het water op te gaan,' zegt Marcel als hij de surfers op de blauwe golven, vlakbij kantoor ziet. 'M'n nieuwe kitesurfspullen liggen al achterin de auto. Af en toe neem ik de middag vrij als het goed weer is. Dat werk haal ik later wel weer in. Zo leven de Nieuw-Zeelanders ook; je moet genieten zodra het kan.'
Vandaag is het is licht bewolkt en het waait hard. De bladeren van de palmbomen wapperen, maar het is niet koud. 'Zeven maanden zomerse temperaturen', glundert Marcel. 'Bijna elke lunchpauze neemt Norbert, een van onze medewerkers, een duik in zee. En zie je dat eilandje aan de overkant? Dat is Rangitoto, een slapende vulkaan. Je kan er met een ferry heen, dat doen veel Aucklanders als dagtochtje.'
Niet altijd makkelijk
Toch was het niet alleen 'lang leve de lol', toen ze met hun bedrijf begonnen. 'Het kostte flink wat tijd om het vertrouwen van de Nieuw-Zeelandse bedrijven te winnen', vertelt Ronald. 'Het concept 'stage' kenden ze hier niet, behalve in de medische en technische sector.
'Dus gingen we op bezoek bij bedrijven om onze dienst te presenteren. Maar die snapten niet altijd wat wij deden, wat ze aan een stagiair zouden kunnen hebben.'
'Hoe is hun Engels?' vroegen ze vaak, zegt Marcel. 'Net zo goed als het mijne', antwoordde ik dan, 'en dat is best goed toch?'
'Je moet echt een persoonlijke band met ze smeden. Niet in pak aankomen, maar in korte broek, als zij die zelf ook dragen.'
Zakelijke gesprekken
'We nodigden ze uit voor een gesprekje in de kroeg, betaalden die drankjes', zegt Ronald. 'We belden ze nog eens op, gingen weer eens langs. Anders dan in Nederland duurt het in Nieuw-Zeeland even voor je tot zakelijke gesprekken kunt overgaan. Het was niet altijd makkelijk. In het begin hebben we wel eens studenten moeten teleurstellen omdat we geen stageplek voor ze konden vinden.'
De meerderheid van de stagiairs die via Intern NZ naar Nieuw-Zeeland komen, zijn Nederlandse studenten. Maar inmiddels helpen ze ook Duitsers, Fransen en studenten van vele andere nationaliteiten. 'We hadden laatst een Chinees en een Mexicaan. Het concept raakt bekend', zegt Marcel. 'Er zijn zelfs al kapers op de kust, bedrijven die hetzelfde gaan doen. Maar wij waren de eersten hier!'
Verloofd
Of ze ooit nog teruggaan naar Nederland? 'Wie weet', zegt Ronald. 'Ik heb hier net een huis gekocht en ben verloofd met een Nederlands meisje. Zij voelt die behoefte om terug te gaan totaal niet, maar ik zou het me wel kunnen voorstellen. Ik mis wel eens dat dorpse gevoel. Mijn moeder zou het ook fijn vinden. Ze vond het absoluut niet leuk ik naar de andere kant van de wereld vertrok.'
Marcel grapt soms tegen zakencontacten dat de twee figuren op de schilderijtjes in zijn kantoor - mannen met zwaarden en grote witte rolkragen- zijn Nederlandse voorouders zijn. Ook hij mist hij zijn familie.
'Mijn broers in Nederland krijgen nu kinderen. Die zie ik alleen op Skype en op foto's. Dat is wel eens moeilijk.'
Met flinke winst
'Aan de andere kant,' zegt Ronald schouderophalend, 'het is maar 24 uur vliegen. En als ik de politiek en het nieuws van Nederland weer eens een tijdje volg, denk ik vaak: blij dat ik hier zit!'
Als ze ooit weg gaan uit Nieuw-Zeeland, hopen ze hun bedrijf met flinke winst te verkopen. Maar voorlopig genieten ze nog volop van hun nieuwe thuisland.